1992–1994
Somalië
Nederlandse militairen namen deel aan de door de VS geleide operatie Restore Hope en de VN-missie UNOSOM II, bedoeld om humanitaire hulp mogelijk te maken. Het mandaat was onduidelijk en de missie liep uit op geweld.
Geen blijvende verbetering voor Somalië.
1995
Bosnië: Srebrenica
Nederlandse VN-militairen (Dutchbat III) konden de enclave Srebrenica niet beschermen tegen Bosnisch-Servische troepen. Wat volgde was een genocide waarbij ruim 8.000 Bosnische moslimmannen en -jongens werden vermoord. De hele Bosnische oorlog (1992–1995) kostte naar schatting 100.000 levens. Nederland werd later deels aansprakelijk gesteld voor het falen van de bescherming.
Ruim 8.000 vermoorde mannen en jongens.
1999
Kosovo
Nederlandse F-16's namen deel aan de NAVO-bombardementen op Joegoslavië, zonder expliciet VN-mandaat. De operatie was juridisch omstreden. Door mislukte aanvallen vielen honderden burgerdoden. De bekendste misser was het Amerikaanse bombardement op de Chinese ambassade in Belgrado.
Zonder VN-mandaat. Honderden burgerdoden.
2001–2021
Afghanistan
De Nederlandse missie in Uruzgan combineerde wederopbouw met gevechtsoperaties. Ondanks grote inspanningen verslechterde de veiligheid. De twintigjarige oorlog kostte naar schatting 170.000 tot 175.000 levens, onder wie ongeveer 50.000 Afghaanse burgers.
2021: de Taliban weer aan de macht.
2003–2005
Irak
Nederland steunde de invasie politiek, op basis van onjuiste inlichtingen over massavernietigingswapens, en stuurde daarna troepen naar de provincie Al-Muthanna. De oorlog bracht geen stabiliteit maar meer geweld en chaos. De Commissie-Davids concludeerde later dat er geen deugdelijk volkenrechtelijk mandaat was. Het conflict kostte naar schatting 150.000 tot 600.000 Iraakse levens.
Geen deugdelijk mandaat, wel 150.000 tot 600.000 doden.
2008–2016
Antipiraterij bij Somalië
Nederland nam deel aan Ocean Shield (NAVO) en Atalanta (EU). Op korte termijn daalde de piraterij, maar de onderliggende oorzaken, zoals illegale visserij, gifdumping en instabiliteit aan land, werden niet aangepakt.
Symptoom bestreden, oorzaak gebleven.
2011
Libië
Nederland leverde F-16's voor de no-flyzone en een mijnenjager voor het wapenembargo van de NAVO-operatie Unified Protector. De missie om burgers te beschermen werd in de praktijk een missie voor regimewissel. Na de val van Kaddafi ontstond een machtsvacuüm, met jarenlange burgeroorlog, de opkomst van terreurgroepen en een migratiecrisis als gevolg.
Burgers beschermen werd regimewissel.
2014–2019
Mali
De Nederlandse bijdrage aan de VN-missie MINUSMA kampte met logistieke problemen, gebrekkige uitrusting en onduidelijke doelen. In 2016 kwamen twee Nederlandse militairen om bij een mortierongeluk, door ernstige tekortkomingen in materieel en procedures. Het conflict in Mali heeft sinds 2012 naar schatting meer dan 20.000 doden geëist.
Twee eigen doden door eigen materieel.
2014–2018
Irak en Syrië: strijd tegen IS
Nederlandse F-16's bombardeerden IS-doelen, eerst in Irak en later ook in Oost-Syrië. In juni 2015 troffen ze in Hawija (Irak) een IS-bommenfabriek, waarbij de explosieve kracht van de opgeslagen materialen werd onderschat. De enorme secundaire explosie kostte 70 tot 85 burgers het leven. Dat bleef jarenlang buiten beeld, tot onderzoeksjournalisten het in 2019 onthulden. Ook bij andere aanvallen, zoals in Mosul, vielen burgerdoden. De luchtcampagne bracht geen blijvende stabiliteit in de regio.
Hawija: 70 tot 85 burgerdoden, vier jaar verzwegen.
Patroon
Wat steeds terugkomt
- Onduidelijke mandaten en doelen, die tijdens de missie veranderden
- Gebrek aan transparantie over burgerslachtoffers
- Te weinig middelen en mensen om de doelen te halen
- Beperkte kennis van het land en de cultuur
- Geen werkende exitstrategie of duurzame oplossing
Militair ingrijpen is vaak complexer dan vooraf wordt voorgesteld, en de resultaten komen zelden overeen met de officiële doelen.